Informatie
Bestuur
Commissies
Jeugd
Lidmaatschap
Baan
Golfschool
Diversen
Inschrijven
Golf Links

Ontwijken van Belemmeringen

15 juni 2007 In de praktijk blijken veel spelers (ook de meer ervaren spelers) niet goed op de hoogte te zijn van de juiste handelingen om een belemmering (door een Obstakel, Abnormale Terreinomstandigheid, of Verkeerde Green) te ontwijken, een zgn. “free drop”. Het Regelboekje laat zich op dit punt dan ook niet makkelijk lezen. Daarom deze uitweiding.

Belemmering

Er is sprake van belemmering door een Obstakel of Abnormale Terreinomstandigheid wanneer een bal erin of erop ligt. Bijvoorbeeld als de bal op het dak van een schuilhut ligt, of is terechtgekomen in de picnickmand van een toeschouwer of middenin een plas (tijdelijk) water. Maar er is ook sprake van belemmering als de speler door de aanwezigheid van de omstandigheid zijn normale stand niet kan innemen, of onvoldoende ruimte heeft om zijn voorgenomen swing te maken. Dat heeft natuurlijk alles te maken met de richting waarin de speler wil spelen, en met de stok die hij voor zijn slag wil gebruiken.

Let op:
  • Er is op zichzelf geen sprake van belemmering als het Obstakel of de Abnormale Terreinomstandigheid zich in de speellijn bevindt (tenzij de bal op de green ligt). Dan zul je er omheen of overheen moeten spelen!
  • Er mag geen relief worden genomen, indien het niet redelijk zou zijn om aan te nemen, dat de speler vanuit de betreffende positie een slag zou doen, omdat er een belemmering is door iets anders dan datgene wat de speler wil ontwijken. B.v. Je mag geen hek ontwijken als je pal achter een boom ligt waardoor je toch geen schot had gehad.

Bij een Verkeerde Green is er sprake van belemmering als de bal op die green ligt, maar stand en swingruimte doen dan niet ter zake.

Ontwijken van een belemmering

Een speler mag een Los Obstakel gewoon wegnemen, zonodig door eerst de bal op te nemen (zie Regel 24-1). Maar als het gaat om een Vast Obstakel, om een Verkeerde Green, of om een Abnormale Terreinomstandigheid dan is de handelwijze iets complexer. Het gaat erom dat de speler “relief” ofwel “verlichting” krijgt van de omstandigheid die hem belemmert. En die “verlichting” heeft dan betrekking op de richting waarin de speler wil spelen, met de stok die hij daarvoor wil gebruiken. De procedure bestaat uit twee stappen. Allereerst gaan we op zoek naar het “Nearest Point of Relief (NPoR)” ofwel het dichtstbijzijnde punt zonder belemmering:

 


Stap 1: Nearest Point of Relief bepalen
Laat de bal maar gewoon even liggen waar ‘ie ligt. Neem de stok waarmee je voornemens was om te slaan maar waarmee je nu belemmering ondervindt. Zoek nu een plek waar je met deze zelfde stok je swing wel kunt maken:
•    Zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke ligplaats van je bal
•    Niet dichter bij de hole
•    (door de baan) Niet in een hindernis of op de green
Het punt waar de stok bij het adresseren de grond raakt is het Nearest Point of Relief (NPoR, in het Regelboekje het “dichtstbijzijnde punt zonder belemmering”).

Let op:
1.    Het NPoR heeft alleen betrekking op de oorspronkelijke belemmering; het NPoR kan best midden in de struiken liggen!  
2.    Het is goed om de afstand tot de oorspronkelijke ligging goed in de gaten te houden, voor links- of rechtshandige spelers kan het nogal verschil maken.
3.    Stel het NPoR vast door de swingbeweging ook daadwerkelijk met de betreffende stok uit te voeren.
4.    Het NPoR moet volledige relief geven van de belemmering (in stand en swing); je kunt dus niet de bal van een grasrandje wegslaan terwijl je zelf nog op het verharde pad staat!
5.    In een bunker geldt dat ook het NPoR in de bunker moet liggen! Maar je kunt er ook voor kiezen om met 1 strafslag buiten de bunker te droppen, op een rechte lijn tussen de hole en de oorspronkelijke ligging.
6.    Er is maar 1 NPoR, de speler heeft hierin geen keuzemogelijkheden.
In een waterhindernis gelden andere mogelijkheden en mag de handelwijze met het NPoR niet worden toegepast





 

Stap 2: Droppen binnen 1 stoklengte van het NPoR
Markeer het NPoR. Je kunt nu de bal van zijn oorspronkelijke ligging oprapen. Deze moet worden gedropt binnen 1 stoklengte van het NPoR, als volgt:

Neem een willekeurige stok, het ligt voor de hand om hiervoor de langste in je tas te nemen. Zet met deze stok vanaf het NPoR 1 stoklengte uit, niet dichter bij de hole, en markeer het uiteinde. Drop de bal volgens de regels binnen het uitgezette gebied (zie Regel 20-2).

Let op:
1.    Op de green moet de bal worden geplaatst op het NPoR. Geen stoklengte dus.
2.    Na te hebben gedropt mag je verder spelen met iedere willekeurige stok in je tas.
3.    Let bij het droppen op een juiste uitvoering. Verrolt bijvoorbeeld de bal te ver, of belandt hij in een hindernis, dan moet de drop worden overgedaan (zie Regel 20-2 voor de complete omschrijving).


Nog even over Belemmeringen: Tijdelijk Water

Sprekend over Belemmeringen noemden wij een Vast Obstakel, een Verkeerde Green, en een Abnormale Terreinomstandigheid. Bedenk dat ook Tijdelijk Water een Abnormale Terreinomstandigheid is, en die vorm komen we in de praktijk nogal eens tegen. Bij het ontwijken van Tijdelijk Water dient dus de bovenstaande procedure te worden toegepast. Dus ook bij die plas in de bunker, waarbij het NPoR wel eens tamelijk ongemakkelijk kan uitkomen.

 

Let op:
1.    De (verouderde) handeling “Omcirkelen” levert een heel ander resultaat op. Deze handeling mag niet meer worden toegepast.
2.    Het gebied voor de drop kan beperkt worden door andere omstandigheden, in dit geval omdat binnen de bunker gedropt moet worden
3.    Er is ook nog de mogelijkheid om met 1 strafslag buiten de bunker te droppen (in lijn met de vlag naar achteren)

 

 

Jos Hoogstraten