Gebieden met een kwetsbaar milieu
4 maart 2010Sinds geruime tijd zijn enkele gebieden langs en tussen de holes 4 en 5 op de Griendbaan aangewezen als “gebied met een kwetsbaar milieu”.
Een gebied met een kwetsbaar milieu is een gebied dat niet mag worden betreden en/of waaruit spelen verboden is ter bescherming van het milieu. Voor de betreffende gebieden is een Plaatselijke Regel van kracht volgens Appendix Deel B sectie 2b. Dat wordt hier nader toegelicht.
De gebieden zijn globaal aangegeven in onderstaande schets van de holes 4 en 5.
Hole 4 staat bovenin het plaatje (van links naar middenin rechts).
Hole 5 loopt van rechtsonderin naar linksboven (Let wel: deze schets wijkt in details af van de werkelijke situatie).
.jpg)
Beginnend bij gebied A, vanaf de inham waar vroeger het 150m paaltje stond, is een zone gemaakt die doorloopt aan de linkerzijde van de fairway tot achter de green van hole 4. De zone is gemarkeerd door witte paaltjes met een groene kop. Indien een bal in dit gebied ligt moet de speler, met 1 strafslag, een bal spelen zo dicht mogelijk bij de plek waar de oorspronkelijke bal voor het laatst werd gespeeld. Gewoon behandelen als "bal verloren buiten de baan" dus.
Gebied B is aangewezen als kwetsbaar milieu met het karakter van een laterale waterhindernis. Dit gebied is dus in wezen onderdeel van de omringende waterhindernis, en een bal gespeeld in dit gebied is dus eigenlijk gewoon een bal in het water. Dat geldt zowel vanaf de zijde van hole 4 als vanaf de zijde van hole 5. Ook dit gebied mag niet worden betreden. Waar het gebied kan worden betreden ("aan het land vastzit") staan rode palen met groene kop.
Gebied C is op het plaatje niet helemaal goed weergegeven. Feitelijk vormt dit gebied een "Bijna-eiland", met daar doorheen het schelpenpad van green 4 naar tee 5. Dit gebied dient op dezelfde manier te worden behandeld als gebied B, dus ook als onderdeel van de waterhindernis, niet betreden. Markering waar het gebied kan worden betreden, met rode paaltjes met groene kop.
Resumerend: Indien een bal in de gebieden B of C ligt, of als er een redelijke mate van zekerheid is dat de bal daarin verloren is, moet de speler, met 1 strafslag, handelen volgens Regel 26-1. Gewoon behandelen als “bal verloren in het water”, en geen mogelijkheid om de bal te spelen vanuit deze “waterhindernis”
Nogmaals: Betreden van, of spelen uit, de betreffende gebieden A, B en C is verboden.
De bal kan natuurlijk ook nog zodanig buiten zo'n gebied terecht zijn gekomen dat de speler zijn stand niet kan innemen of zijn slag niet kan uitvoeren zonder het gebied te betreden of dit te raken. Dan is er sprake van belemmering, en de speler moet die belemmering ontwijken. Dat geldt ook voor de paaltjes die de grens van het gebied markeren.
Hoe te ontwijken staat beschreven in de Regels, Appendix Deel B nummer 1b III, maar de behandeling komt in doorsnee overeen met het ontwijken van een belemmering door abnormale terreinomstandigheden: Zoek het dichtstbijzijnde punt zonder belemmering, en drop de bal binnen 1 stoklengte van dat punt, zonder strafslag.
OVERTREDING VAN DEZE PLAATSELIJKE REGEL WORDT BESTRAFT MET VERLIES VAN DE HOLE IN MATCHPLAY,
EN MET TWEE STRAFSLAGEN IN STROKEPLAY.