Informatie
Bestuur
Commissies
Jeugd
Lidmaatschap
Baan
Golfschool
Diversen
Inschrijven
Golf Links

Waterhindernissen en provisionele bal

24 mei 2008 Het komt nogal eens voor dat we een bal in de richting van de waterhindernis zien verdwijnen, en dat de eigenaar dan zegt: “Volgens mij ligt ‘ie er in, maar ik sla voor de zekerheid toch maar een Provisional”. Dat kan natuurlijk, maar het betekent wel dat de spelsituatie vervolgens langs bepaalde lijnen moet worden afgewikkeld. Dat heeft te maken met “redelijke mate van zekerheid”, of zoals het sinds 1 januari 2008 staat omschreven: Is het “bekend of praktisch zeker”?

Je mag een bal slechts behandelen als “in de waterhindernis” als het bekend of praktisch zeker is dat hij daarin is terechtgekomen. Als die grote mate van zekerheid bestaat is er dus geen reden om te denken dat de bal buiten de waterhindernis verloren kan zijn, en dus is er ook geen reden om een provisionele bal te slaan: de bal ligt toch in het water?
Zou je toch een provisionele bal slaan, dan geef je daarmee aan dat de bal misschien wel buiten de waterhindernis is terechtgekomen, het is dus kennelijk niet “bekend of praktisch zeker”: Regel 26 –waterhindernissen- mag niet meer worden toegepast  . Als je de eerste niet kunt vinden (en identificeren!) moet je verder met de provisionele bal.

Merk op dat hetzelfde geldt bij een Obstakel of in een Abnormale Terreinomstandigheid: Als het bekend of praktisch zeker is dat je eerste bal is terechtgekomen in een Obstakel of in een Abnormale Terreinomstandigheid, en hij zou onvindbaar blijken, dan hebben we daarvoor natuurlijk ook betreffende regels (Regel 24-3 en Regel 25-1). Ook geen provisionele bal nodig dus (als er die grote mate van zekerheid is natuurlijk).

Nou, dan zal ‘ie wel in het water liggen…
Als het niet bekend of praktisch zeker is moet je er vanuit gaan dat de bal ook buiten de waterhindernis kan liggen of zelfs buiten de waterhindernis verloren kan zijn. Niet vinden betekent dan: Handelen volgens Regel 27-1, Verloren Bal. Nu zijn er omstandigheden waardoor je met rede kunt stellen dat een bal die niet meer te vinden is wel in de waterhindernis terecht gekomen móet zijn. Bijvoorbeeld als de waterhindernis is omgeven door gladgemaaide fairway waarop een balletje toch echt wel zou opvallen, en vooral als die fairway dan ook nog eens naar de waterhindernis toe glooit. Dan mag rede de plaats innemen van zekerheid. Ligt er rond de waterhindernis zware rough, dan verliest dit argument echter al gauw zijn kracht. Dan blijft gelden:
Je mag de eerste bal, als je ‘m niet kunt vinden, niet alsnog behandelen als “in de waterhindernis”. Terug dus naar de plaats waar de oorspronkelijke bal het laatst werd gespeeld. Doe je dat niet dan speel je van de Verkeerde Plaats, met verlies-van-de-hole/twee strafslagen als gevolg (en als je voordeel door die foute handeling erg groot is riskeer je zelfs diskwalificatie).

De bal die over het water loopt
En natuurlijk zijn er dan ook nog die situaties waarin de bal een prachtige “fontein” produceert, maar later doodleuk op de (over-)kant blijkt te liggen. Meestal heel vervelend, want als je inmiddels al hebt gehandeld volgens Regel 26 -waterhindernissen- is die eerste bal niet meer in het spel. Die mag dus niet meer gespeeld worden, en de strafslag volgens Regel 26 blijft gewoon staan.
Zo zijn de Regels. Niet leuk? Bekijk het van de positieve kant: Je was er van overtuigd dat de bal in het water lag, want je paste Regel 26 toe. En nu blijkt dat je een balletje minder hebt verspeeld dan je had gedacht. Dat is toch eigenlijk een meevaller?


Jos Hoogstraten