Informatie
Bestuur
Commissies
Jeugd
Lidmaatschap
Baan
Professionals
Diversen
Inschrijven
Golf Links

Plaatselijke regels

4 maart 2010

Buiten de baan – Regel 27-1

  • Aangegeven door witte palen en witte lijnen/strepen.
  • Het geasfalteerde pad op de Heuvelbaan ter linkerzijde van de holes 10, 11, 12, 13 en 18 en achter de greens van hole 12, 15 en 17 is Out of Bounds.

Een bal die het geasfalteerde pad op de Heuvelbaan kruist en komt te liggen aan de overzijde van het pad is Out of Bounds, zelfs als de bal komt te liggen op een ander deel van de baan (Decision 27/20).

 

Waterhindernissen – Regel 26

  • Alle waterhindernissen zijn gemarkeerd.

Algemeen

  • 150 meter afstand tot het midden van de green is aangegeven door blauw/witte palen.
  • Een witte, gele, blauwe en rode stip in het midden geeft respectievelijk 200, 150, 100 en 50 meter tot het midden van de green aan.
  • Het maken van oefenswings op de afslagplaatsen is toegestaan, mits het gras niet met het clubhoofd wordt geraakt.
  • PLAGGEN terugleggen; PITCHMARKS herstellen; BUNKERS aanharken.
  • Niet met karren tussen greens en bunkers doorlopen.
  • Afzettingen en richtingaanduidingen strikt volgen.
  • Bij calamiteiten bel 112 of 0172 476880
     
  • Plaatsen en “Winterregels”
    Wanneer op het mededelingenbord sprake is van ‘winterregels’ zijn onderstaande Plaatselijke Regels, die ook losstaand van toepassing kunnen zijn, van kracht :
    • Plaatsen is toegestaan op elk kort gemaaid gedeelte door de baan, maar niet dichter bij de hole en binnen 15 cm van de plek waar de bal lag. De speler dient te handelen volgens de Regels, Appendix, deel B, sectie 4c. De bal mag worden schoongemaakt.
    • Door de baan mag een bal die is ingebed in zijn eigen pitchmark zonder straf worden opgenomen, schoongemaakt en teruggeplaatst (Regels, Appendix, deel B, sectie 4b).

    Let op: Bij strokeplay is uitholen altijd verplicht, ook bij een tijdelijke green (Dec. 33-8/1).

     

    PLAATSELIJKE REGELS (LOCAL RULES)

    Gebieden met een kwetsbaar milieu
    Gebieden met een kwetsbaar milieu (hole 4 en 5) zijn gemarkeerd door palen met een groene kop en mogen NIET worden betreden. De speler dient te handelen volgens de Regels, Appendix deel B, sectie 2b. De aard van het gebied wordt aangeduid door de hoofdkleur van de palen (wit, geel, rood, blauw).

    Grond in bewerking (GUR) – Regel 25-1b

    • Aangegeven door bordjes ‘GUR’, witte lijnen, blauwe palen of blauwe ballen op de wintergreens
    • Jonge aanplant herkenbaar aan steunpalen.

    Indien er sprake is van belemmering (Regel 25-1a) door GUR is de speler verplicht die belemmering te ontwijken volgens Regel 25-1b.

    Vaste Obstakels – Regel 24-2

    • Rode en gele hindernispalen en blauw/witte afstandspalen.
    • Alle (half)verharde en/of schelpenpaden en de werkpaden aan de rechterbuitenzijde
      van hole 10, 11, 13 en 14.
    • Hekken op hole 10, 11, 12, 13 en 18 aan de fietspadzijde zijn Vaste Obstakels.

    Het is toegestaan de belemmering te ontwijken volgens Regel 24-2b. Daarbij mag men het dichtstbijzijnde punt zonder belemmering aan de fairwayzijde zoeken.

    Dropping Zone
    Indien op hole 3 resp. hole 5 de bal achter de green in de laterale waterhindernis terecht komt en de binnen twee clublengten te droppen bal, vanaf het punt waar deze het laatst de hindernis is gekruist, dichter bij de hole zal komen te liggen, mag men deze met één strafslag in de aangegeven zone droppen. Deze zones liggen links van de greens.

    Tijdelijke Plaatselijke regels
    Zie het mededelingenbord.
     
     
    Greenkeeper in de baan

     

     1. Zwaailicht aan, niet slaan!

     2. Geef de greenkeeper de ruimte.

     3. Wacht op een teken van de greenkeeper voordat u verder speelt. 

     

     

     

     2009